Wanneer je een waterleiding, beregeningsinstallatie, pompinstallatie of buitenkraan wilt aanleggen, is het belangrijk om te weten hoeveel water er door de leiding moet stromen. Deze hoeveelheid water noemen we het debiet. Het debiet bepaalt onder andere welke diameter tyleenslang je nodig hebt, hoeveel drukverlies er ontstaat en of een pomp voldoende capaciteit heeft. Wanneer het debiet te laag is, krijgen sproeiers onvoldoende water, vult een drinkbak langzaam of levert een buitenkraan een zwakke straal. Is het debiet hoog terwijl de leiding te klein is, dan neemt het drukverlies sterk toe.
Debiet wordt meestal uitgedrukt in liter per minuut, liter per uur of kubieke meter per uur. Met enkele eenvoudige formules kun je het debiet meten, omrekenen en gebruiken om de juiste leidingdiameter te kiezen. Op deze adviespagina lees je wat debiet precies is, hoe je het berekent en welke factoren invloed hebben op de hoeveelheid water die door een leiding kan stromen.
Wat is debiet?
Debiet is de hoeveelheid vloeistof die binnen een bepaalde tijd door een leiding, kraan, pomp of opening stroomt. Bij waterinstallaties wordt debiet meestal uitgedrukt in:
- liter per minuut, afgekort als l/min;
- liter per uur, afgekort als l/uur;
- kubieke meter per uur, afgekort als m³/uur;
- kubieke meter per seconde, afgekort als m³/s.
Voor een gewone buitenkraan is liter per minuut meestal de handigste eenheid. Bij beregeningsinstallaties wordt vaak gerekend met liter per uur of kubieke meter per uur. Voor technische berekeningen wordt soms kubieke meter per seconde gebruikt. Een kraan met een debiet van 20 liter per minuut levert dus iedere minuut 20 liter water. In één uur levert deze kraan:
20 × 60 = 1.200 liter per uur
Dat komt overeen met: 1,2 m³ per uur
Waarom is het debiet belangrijk?
Het debiet bepaalt hoeveel water beschikbaar is voor de aangesloten installatie. Een buitenkraan, sproeier, druppelslang of drinkbak heeft een bepaalde hoeveelheid water nodig om goed te functioneren. Bij een beregeningsinstallatie moet het totale debiet van alle sproeiers in één zone lager zijn dan de hoeveelheid water die de waterbron of pomp kan leveren. Wanneer vier sproeiers ieder 8 liter per minuut gebruiken, bedraagt het totale debiet:
4 × 8 = 32 liter per minuut
De pomp en hoofdleiding moeten deze 32 liter per minuut kunnen leveren bij voldoende restdruk. Het debiet is ook belangrijk voor de leidingdiameter. Door een kleine leiding kan wel veel water worden geperst, maar daarbij stijgt de stroomsnelheid en ontstaat veel drukverlies. Een grotere leiding vervoert hetzelfde debiet met minder weerstand.
Debiet berekenen met volume en tijd
De eenvoudigste formule voor debiet is:
Debiet = volume ÷ tijd
Daarbij is:
- het volume de hoeveelheid opgevangen water;
- de tijd de periode waarin je het water opvangt.
Wanneer je in 30 seconden 10 liter water opvangt, is het debiet: 10 liter ÷ 30 seconden = 0,333 liter per seconde
Om dit om te rekenen naar liter per minuut vermenigvuldig je de uitkomst met 60: 0,333 × 60 = 20 liter per minuut
De volledige formule voor een meting in seconden is: Debiet in l/min = aantal liters × 60 ÷ aantal seconden
Dit is een eenvoudige en betrouwbare manier om het debiet van een buitenkraan of tuinslang te meten.
Voorbeeld: debiet van een buitenkraan meten
Je vult een emmer van 10 liter en meet hoe lang dit duurt. De emmer is na 24 seconden vol. De berekening wordt: 10 × 60 ÷ 24 = 25 liter per minuut
Het debiet van de buitenkraan is dus ongeveer 25 l/min. Om dit om te rekenen naar liter per uur: 25 × 60 = 1.500 liter per uur
Om dit om te rekenen naar kubieke meter per uur: 1.500 ÷ 1.000 = 1,5 m³/uur
De kraan levert dus ongeveer 1,5 kubieke meter water per uur.
Debiet omrekenen
Bij waterinstallaties worden verschillende eenheden gebruikt. Daarom is het handig om debiet snel te kunnen omrekenen.
Van liter per minuut naar liter per uur
l/min × 60 = l/uur
Voorbeeld: 30 l/min × 60 = 1.800 l/uur
Van liter per uur naar liter per minuut
l/uur ÷ 60 = l/min
Voorbeeld: 2.400 l/uur ÷ 60 = 40 l/min
Van liter per uur naar kubieke meter per uur
l/uur ÷ 1.000 = m³/uur
Voorbeeld: 3.000 l/uur ÷ 1.000 = 3 m³/uur
Van kubieke meter per uur naar liter per minuut
m³/uur × 1.000 ÷ 60 = l/min
Voorbeeld: 2,4 × 1.000 ÷ 60 = 40 l/min
Handige omrekentabel
| Debiet in l/min | Debiet in l/uur | Debiet in m³/uur |
|---|---|---|
| 5 | 300 | 0,3 |
| 10 | 600 | 0,6 |
| 15 | 900 | 0,9 |
| 20 | 1.200 | 1,2 |
| 25 | 1.500 | 1,5 |
| 30 | 1.800 | 1,8 |
| 40 | 2.400 | 2,4 |
| 50 | 3.000 | 3,0 |
| 60 | 3.600 | 3,6 |
| 75 | 4.500 | 4,5 |
| 100 | 6.000 | 6,0 |
Debiet berekenen met leidingdiameter en stroomsnelheid
Wanneer je de binnendiameter en stroomsnelheid kent, kun je het debiet berekenen met de oppervlakte van de leiding. De formule is:
Q = A × v
Daarbij is:
- Q het debiet in kubieke meter per seconde;
- A de doorsnede van de leiding in vierkante meter;
- v de stroomsnelheid in meter per seconde.
De oppervlakte van een ronde leiding bereken je met: A = π × d² ÷ 4
Daarbij is d de binnendiameter in meters. De volledige formule wordt dan: Q = π × d² ÷ 4 × v
Let erop dat je voor deze berekening de binnendiameter gebruikt en niet de buitendiameter die op de tyleenslang staat.
Rekenvoorbeeld met een leidingdiameter
Stel dat een leiding een binnendiameter heeft van 26 millimeter en het water met 1 meter per seconde stroomt. Eerst zet je de diameter om naar meters: 26 mm = 0,026 meter
Daarna bereken je het oppervlak:
A = π × 0,026² ÷ 4
A ≈ 0,000531 m²
Vervolgens bereken je het debiet:
Q = 0,000531 × 1
Q = 0,000531 m³/s
Om dit om te rekenen naar liter per seconde vermenigvuldig je met 1.000: 0,000531 × 1.000 = 0,531 liter per seconde
Om dit om te rekenen naar liter per minuut: 0,531 × 60 = 31,9 liter per minuut
Bij een binnendiameter van 26 millimeter en een stroomsnelheid van 1 m/s bedraagt het debiet dus ongeveer 32 liter per minuut.
Wat is het verschil tussen debiet en waterdruk?
Debiet en waterdruk worden vaak door elkaar gehaald, maar betekenen niet hetzelfde. De waterdruk geeft aan met hoeveel kracht het water beschikbaar is. De druk wordt meestal uitgedrukt in bar. Het debiet geeft aan hoeveel water er per tijdseenheid stroomt. Dit wordt bijvoorbeeld uitgedrukt in liter per minuut. Een leiding kan een hoge statische druk hebben, maar toch weinig water leveren. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer:
- de leiding een kleine diameter heeft;
- een afsluiter maar gedeeltelijk openstaat;
- een filter verstopt is;
- de toevoerleiding te klein is;
- de pomp weinig capaciteit heeft.
Andersom kan een systeem veel water leveren, maar bij een te lage druk. Een sproeier krijgt dan voldoende liters, maar bereikt niet de gewenste sproeiafstand. Een goed ontworpen installatie moet daarom zowel voldoende debiet als voldoende restdruk leveren.
Statisch en dynamisch debiet
Bij debietmetingen gaat het altijd om stromend water. Toch is het belangrijk om ook de druk tijdens de meting te bekijken. De statische druk is de druk wanneer alle kranen gesloten zijn. Deze waarde zegt weinig over het werkelijke debiet. De dynamische druk is de druk terwijl het water stroomt. Wanneer je een kraan opent, daalt de druk meestal. Hoe groter het gevraagde debiet, hoe groter deze daling kan zijn. Meet daarom bij voorkeur:
- hoeveel liter per minuut de kraan levert;
- hoeveel druk er tijdens deze afname overblijft.
Voor een beregeningsinstallatie is alleen het maximale debiet van de kraan niet voldoende. De sproeiers moeten het benodigde debiet krijgen bij hun vereiste werkdruk.
Welke factoren bepalen het debiet?
De hoeveelheid water die door een leiding stroomt, wordt door meerdere factoren bepaald.
Beschikbare waterdruk
Hoe hoger het drukverschil tussen het begin en einde van de leiding, hoe meer water er in principe kan stromen.
Binnendiameter van de leiding
Een grotere binnendiameter biedt meer ruimte voor de waterstroom. Daardoor kan bij dezelfde druk meer water worden vervoerd.
Leidinglengte
Een lange leiding veroorzaakt meer wrijvingsverlies dan een korte leiding. Hierdoor neemt het haalbare debiet af.
Hoogteverschil
Wanneer het water omhoog moet, is een deel van de beschikbare druk nodig om het hoogteverschil te overwinnen. Per meter stijging is ongeveer 0,1 bar nodig.
Koppelingen en bochten
Bochten, T-stukken, afsluiters, filters en terugslagkleppen veroorzaken extra weerstand. Hierdoor daalt het debiet.
Capaciteit van de waterbron
De waterleiding, bronpomp, regentonpomp of beregeningspomp moet voldoende water kunnen leveren. Een grote leiding kan geen extra water maken wanneer de broncapaciteit beperkt is.
Drukklasse en SDR
De SDR-klasse bepaalt de wanddikte van de leiding. Bij dezelfde buitendiameter heeft een dikwandige leiding een kleinere binnendiameter, waardoor minder ruimte voor water overblijft.
Welke invloed heeft de diameter op het debiet?
De leidingdiameter heeft een grote invloed op het haalbare debiet. Het oppervlak van een leiding neemt toe met het kwadraat van de diameter. Een kleine vergroting van de binnendiameter kan daardoor een groot verschil maken. Een leiding met een binnendiameter van 30 millimeter heeft niet slechts twintig procent meer doorstroomruimte dan een leiding van 25 millimeter.
De oppervlakten zijn:
25 mm: π × 25² ÷ 4 ≈ 491 mm²
30 mm: π × 30² ÷ 4 ≈ 707 mm²
De leiding van 30 millimeter heeft dus ongeveer 44 procent meer doorstroomoppervlak. Daarom kan een grotere tyleenslang bij dezelfde stroomsnelheid aanzienlijk meer water vervoeren.
Indicatief debiet per leidingdiameter
Het exacte debiet hangt af van druk, leidinglengte, SDR, hoogteverschil en toegestane stroomsnelheid. Toch kan een indicatief overzicht helpen. Onderstaande waarden zijn gebaseerd op een stroomsnelheid van ongeveer 1 tot 1,5 meter per seconde en afgeronde binnendiameters. Het zijn geen vaste maximale waarden.
| Buitendiameter PE-leiding | Indicatief praktisch debiet |
| 16 mm | circa 5 tot 10 l/min |
| 20 mm | circa 10 tot 18 l/min |
| 25 mm | circa 18 tot 30 l/min |
| 32 mm | circa 30 tot 50 l/min |
| 40 mm | circa 50 tot 80 l/min |
| 50 mm | circa 80 tot 130 l/min |
| 63 mm | circa 130 tot 220 l/min |
| 75 mm | circa 200 tot 320 l/min |
| 90 mm | circa 300 tot 480 l/min |
| 110 mm | circa 450 tot 700 l/min |
De werkelijke capaciteit kan hoger of lager zijn. Gebruik voor een definitieve keuze altijd een hydraulische berekening.
Debiet van een buitenkraan berekenen
Voor een buitenkraan is de emmertest meestal de eenvoudigste methode. Gebruik bij voorkeur een emmer met een bekende inhoud van 10 of 20 liter. Open de kraan volledig en meet de vultijd met een stopwatch. De formule is: Debiet in l/min = inhoud emmer × 60 ÷ vultijd in seconden
Voorbeeld met een emmer van 20 liter die in 45 seconden volloopt: 20 × 60 ÷ 45 = 26,7 l/min
Het debiet bedraagt ongeveer 27 liter per minuut. Voer de meting bij voorkeur twee of drie keer uit en neem het gemiddelde. Zo verklein je meetfouten.
Debiet van een pomp berekenen
Bij een pomp wordt het debiet meestal vermeld in liter per minuut, liter per uur of kubieke meter per uur. De opgegeven maximale pompcapaciteit geldt doorgaans bij weinig tegendruk. Zodra de pomp water omhoog moet transporteren of door een lange leiding moet persen, daalt het debiet. Daarom moet je altijd naar de pompcurve kijken. Deze curve toont hoeveel water de pomp levert bij een bepaalde opvoerhoogte of druk.
Een pomp kan bijvoorbeeld maximaal 6.000 liter per uur leveren bij vrijwel geen tegendruk. Bij een opvoerhoogte van 30 meter kan de capaciteit zijn gedaald naar 3.000 liter per uur. Voor de berekening moet je rekening houden met:
- statische opvoerhoogte;
- drukverlies in de leiding;
- verlies door filters en kleppen;
- gewenste restdruk;
- benodigde hoeveelheid water.
Wat is opvoerhoogte?
De opvoerhoogte geeft aan hoeveel energie een pomp aan het water kan meegeven. Deze wordt uitgedrukt in meter waterkolom. Ongeveer geldt: 10 meter waterkolom ≈ 1 bar
Een pomp met een maximale opvoerhoogte van 40 meter kan theoretisch ongeveer 4 bar leveren wanneer er vrijwel geen water stroomt. Bij een werkelijk debiet is de beschikbare druk lager. Daarom moet je de combinatie van druk en debiet altijd uit de pompcurve halen.
Debiet voor beregening berekenen
Voor een beregeningsinstallatie tel je het waterverbruik op van alle sproeiers die tegelijk werken. Stel dat een zone bestaat uit:
- twee sproeiers van 7 l/min;
- twee sproeiers van 9 l/min;
- één sproeier van 5 l/min.
Het totale debiet is:
2 × 7 + 2 × 9 + 1 × 5
14 + 18 + 5 = 37 l/min
De zone gebruikt dus 37 liter per minuut. De waterbron moet dit debiet kunnen leveren bij de benodigde sproeierdruk. Wanneer de bron maar 30 l/min levert, moet je de zone kleiner maken of andere sproeiers gebruiken.
Beregeningszones indelen op debiet
Een beregeningsinstallatie wordt meestal in zones verdeeld omdat niet alle sproeiers tegelijk kunnen werken. Stel dat de beschikbare waterbron 45 l/min levert en je enige veiligheidsmarge wilt behouden. Je kunt de zones dan ontwerpen op ongeveer 35 tot 40 l/min. Een mogelijke indeling is:
- zone 1: 34 l/min;
- zone 2: 38 l/min;
- zone 3: 31 l/min.
Zorg ervoor dat sproeiers binnen dezelfde zone ongeveer dezelfde werkdruk en beregeningsintensiteit hebben. Meng bijvoorbeeld niet zomaar druppelslang en turbinesproeiers in dezelfde zone. Ze hebben verschillende druk- en debieteigenschappen.
Debiet van druppelslang berekenen
Bij druppelslang wordt het debiet meestal per druppelaar aangegeven. Een druppelaar kan bijvoorbeeld 2 liter per uur leveren. Wanneer een druppelslang 100 druppelaars bevat, bedraagt het totale debiet: 100 × 2 = 200 liter per uur. Dat is: 200 ÷ 60 = 3,33 liter per minuut.
Bij meerdere druppelslangen tel je de debieten bij elkaar op. Voorbeeld:
- lijn 1: 200 l/uur;
- lijn 2: 300 l/uur;
- lijn 3: 250 l/uur.
Totaal: 200 + 300 + 250 = 750 l/uur. Dat is: 750 ÷ 60 = 12,5 l/min. De toevoerleiding en drukregelaar moeten minimaal deze hoeveelheid water kunnen verwerken.
Debiet van sproeiers berekenen
Het debiet van een sproeier hangt af van:
- type sproeier;
- sproeimond;
- waterdruk;
- sectorinstelling;
- sproeistraal;
- fabrikant.
Een sproeier met een bepaald mondstuk kan bij 2 bar bijvoorbeeld 6 l/min gebruiken en bij 3 bar 7,5 l/min. Gebruik daarom altijd de prestatietabel van de fabrikant. Tel vervolgens het debiet op van alle sproeiers die gelijktijdig worden aangestuurd. Wanneer een sectorsproeier op een kleinere hoek wordt ingesteld, blijft het debiet bij sommige sproeiertypen vrijwel gelijk. Bij andere systemen kan het debiet worden aangepast met verschillende sproeimonden.
Debiet en drukverlies
Hoe hoger het debiet, hoe groter het drukverlies in een leiding. Wanneer het debiet verdubbelt, verdubbelt het drukverlies niet simpelweg. Het verlies stijgt veel sterker. Dit komt doordat de stroomsnelheid en turbulentie toenemen. Een tyleenslang die bij 15 l/min weinig weerstand geeft, kan bij 40 l/min veel druk verliezen. Daarom is het belangrijk om de leiding niet alleen te kiezen op basis van het feit dat het water er technisch doorheen past. De leiding moet het gewenste debiet kunnen vervoeren zonder onacceptabel drukverlies. Bij lange leidingen en hoge debieten is een grotere diameter meestal goedkoper en energiezuiniger dan een zwaardere pomp.
Debiet en stroomsnelheid
Het debiet en de stroomsnelheid zijn direct met elkaar verbonden. Bij een vaste leidingdiameter betekent een hoger debiet automatisch een hogere stroomsnelheid. Een hoge snelheid veroorzaakt meer weerstand, geluid en drukstoten. Voor veel waterinstallaties wordt geprobeerd de stroomsnelheid ongeveer onder 1,5 tot 2 meter per seconde te houden. Bij lange hoofdleidingen kan een lagere snelheid gunstiger zijn. Een zeer lage stroomsnelheid is niet direct problematisch voor een buitenwaterleiding, maar kan betekenen dat de leiding onnodig groot is gekozen. Een beperkte overcapaciteit is vaak juist verstandig met het oog op drukverlies en toekomstige uitbreiding.
Welke tyleenslang heb je nodig voor een bepaald debiet?
De juiste tyleenslang hangt niet alleen van het debiet af. Ook de leidinglengte en beschikbare druk zijn belangrijk. Voor een korte leiding van 10 meter kan een 25mm-leiding een bepaald debiet goed verwerken. Bij een lengte van 100 meter kan dezelfde leiding te veel drukverlies veroorzaken. Als globale richtlijn kun je uitgaan van:
| Gewenst debiet | Vaak passende buitendiameter |
| Tot circa 10 l/min | 16 of 20 mm |
| 10 tot 20 l/min | 20 of 25 mm |
| 20 tot 35 l/min | 25 of 32 mm |
| 35 tot 55 l/min | 32 of 40 mm |
| 55 tot 90 l/min | 40 of 50 mm |
| 90 tot 150 l/min | 50 of 63 mm |
| Meer dan 150 l/min | 63 mm of groter |
Bij lange leidingtrajecten kies je vaak één of meer maten groter. Gebruik daarom de debietcalculator en drukverliescalculator van PVCVoordeel voor een nauwkeuriger advies.
Debiet berekenen voor een drinkbak
Bij een drinkbak of vlotterkraan gaat het niet alleen om de inhoud van de bak, maar vooral om de gewenste vultijd. Stel dat een drinkbak van 100 liter binnen 10 minuten opnieuw gevuld moet kunnen worden. Het benodigde debiet is: 100 ÷ 10 = 10 l/min
Wanneer meerdere dieren tegelijk drinken, kan een hogere capaciteit nodig zijn. Bij meerdere drinkbakken tel je het gelijktijdige verbruik op. Houd ook rekening met de weerstand van de vlotterkraan. Een kleine vlotterkraan kan het debiet beperken, zelfs wanneer de toevoerleiding voldoende groot is.
Debiet berekenen voor een zwembad
Om de benodigde vulcapaciteit te berekenen, deel je de inhoud van het zwembad door de gewenste vultijd. Een zwembad bevat bijvoorbeeld 12.000 liter en moet in 8 uur worden gevuld. Het benodigde gemiddelde debiet is: 12.000 ÷ 8 = 1.500 liter per uur. Dat is: 1.500 ÷ 60 = 25 liter per minuut.
Een kraan met een debiet van 25 l/min vult het zwembad theoretisch in ongeveer acht uur. In werkelijkheid kan de waterdruk tijdens langdurige afname wisselen. Ook kunnen andere watergebruikers in de woning het beschikbare debiet beïnvloeden.
Debiet berekenen voor een regenton
Stel dat je een regenton van 300 liter met een pomp in 15 minuten wilt leegpompen. Het benodigde debiet is: 300 ÷ 15 = 20 l/min. Dat komt overeen met: 20 × 60 = 1.200 l/uur. De pomp moet minimaal 1.200 liter per uur leveren bij de werkelijke opvoerhoogte en leidingweerstand. Kies in de praktijk een pomp met enige reserve, omdat de opgegeven maximale capaciteit meestal bij optimale omstandigheden geldt.
Hoe meet je een hoog debiet?
Voor kleine debieten is een emmer voldoende. Bij grotere waterstromen wordt een emmermeting onpraktisch. Je kunt dan gebruikmaken van:
- een watermeter;
- een digitale debietmeter;
- een inline flowmeter;
- een beregeningstester;
- een reservoir met bekende inhoud;
- de meterstand van de watermeter.
Via de watermeter kun je bijvoorbeeld meten hoeveel liter in één minuut wordt verbruikt. Noteer de beginstand, laat de installatie exact één minuut draaien en noteer de eindstand. Het verschil is het debiet in liter per minuut. Controleer wel of er tijdens de meting geen andere watergebruikers actief zijn.
Debiet berekenen met de watermeter
Stel dat de watermeter voor de test 125,340 m³ aangeeft en na vijf minuten 125,465 m³. Het verschil is: 125,465 − 125,340 = 0,125 m³.
Dat is: 0,125 × 1.000 = 125 liter. In vijf minuten stroomde 125 liter water.
Het debiet is: 125 ÷ 5 = 25 l/min. Dit is een handige methode wanneer je het totale beschikbare debiet van een woning wilt meten.
Waarom wijkt het gemeten debiet af?
Het debiet kan per moment verschillen. Mogelijke oorzaken zijn:
- wisselende waterdruk in het openbare net;
- andere geopende kranen;
- een inschakelende wasmachine;
- een vervuild filter;
- een pomp die niet volledig op druk is;
- een dalend waterniveau in een bron;
- verschillende slanglengtes;
- een gedeeltelijk gesloten afsluiter;
- een knik in de slang;
- temperatuurverschillen;
- een lekkage.
Meet daarom bij voorkeur onder omstandigheden die overeenkomen met het daadwerkelijke gebruik. Voor een beregeningsinstallatie voer je de meting uit op het tijdstip waarop de installatie meestal zal draaien.
Veelgemaakte fouten bij het berekenen van debiet
Een veelgemaakte fout is liter per minuut en liter per uur door elkaar halen. Een pomp van 3.000 liter per uur levert geen 3.000 liter per minuut, maar: 3.000 ÷ 60 = 50 l/min. Een tweede fout is uitgaan van het maximale debiet van een pomp zonder rekening te houden met druk en opvoerhoogte. Bij de werkelijke bedrijfsdruk levert de pomp vaak minder water. Ook wordt regelmatig gerekend met de buitendiameter van de leiding. Voor de doorstroming is juist de binnendiameter van belang. Een andere fout is het debiet meten zonder de dynamische druk te controleren. Een kraan kan veel water leveren bij bijna geen tegendruk, maar veel minder wanneer sproeiers een werkdruk van 3 bar nodig hebben. Verder worden de debieten van alle sproeiers soms niet correct opgeteld. Vooral bij verschillende sproeimonden of drukinstellingen kan dit tot een te grote zone leiden. Tot slot wordt onvoldoende veiligheidsmarge aangehouden. Ontwerp een installatie niet exact op het maximale gemeten debiet. Een beperkte reserve voorkomt problemen bij drukschommelingen of vervuiling van filters.
Stappenplan voor debiet berekenen
Bepaal eerst waarvoor je het debiet nodig hebt. Gaat het om een buitenkraan, pomp, beregeningszone, druppelslang of drinkbak?
Meet daarna het beschikbare debiet met een emmer, watermeter of flowmeter.
Reken de uitkomst om naar één vaste eenheid, bijvoorbeeld liter per minuut.
Bepaal vervolgens het benodigde debiet van alle onderdelen die gelijktijdig worden gebruikt.
Vergelijk het beschikbare debiet met het benodigde debiet.
Controleer daarna of de leidingdiameter groot genoeg is om deze hoeveelheid water zonder te veel drukverlies te vervoeren.
Bereken ten slotte of aan het einde van de leiding voldoende restdruk beschikbaar blijft.
Wanneer het beschikbare debiet onvoldoende is, kun je:
- de installatie in kleinere zones verdelen;
- sproeiers met een lager verbruik kiezen;
- een grotere waterbron of pomp gebruiken;
- een buffertank toepassen;
- de leidingdiameter vergroten;
- het aantal gelijktijdige gebruikers beperken.
Debietcalculator gebruiken
Met de interactieve debietcalculator van PVCVoordeel kun je berekenen hoeveel water een tyleenslang theoretisch kan vervoeren bij de beschikbare druk. Je vult onder meer in:
- diameter van de tyleenslang;
- SDR-klasse;
- leidinglengte;
- beschikbare begindruk;
- gewenste restdruk;
- hoogteverschil;
- aantal koppelingen;
- maximale stroomsnelheid.
De calculator toont vervolgens:
- verwacht debiet in liter per minuut;
- debiet in liter per uur;
- debiet in kubieke meter per uur;
- binnendiameter;
- beschikbare druk voor leidingweerstand;
- vergelijking met andere leidingdiameters.
De uitkomst helpt je om een geschikte tyleenslang te kiezen. Houd er rekening mee dat een theoretische berekening altijd moet worden gecontroleerd met de eigenschappen van de pomp, kraan, sproeiers en overige onderdelen.
Conclusie
Debiet geeft aan hoeveel water per tijdseenheid door een leiding, kraan, pomp of sproeier stroomt. Het wordt meestal uitgedrukt in liter per minuut, liter per uur of kubieke meter per uur. De eenvoudigste manier om het debiet te bepalen is door een bekende hoeveelheid water op te vangen en de vultijd te meten. Met de formule liters × 60 ÷ seconden bereken je het debiet in liter per minuut. Voor een nieuwe waterleiding is alleen het debiet meten niet voldoende. Je moet ook rekening houden met de leidingdiameter, binnendiameter, leidinglengte, beschikbare druk, hoogteverschil en het drukverlies door koppelingen en filters. Een grotere tyleenslang kan hetzelfde debiet met een lagere stroomsnelheid en minder drukverlies vervoeren. Vooral bij lange leidingen, beregeningsinstallaties en pompinstallaties is het verstandig om voldoende ruim te dimensioneren. Met de debietcalculator, drukverliescalculator en diametercalculator van PVCVoordeel kun je verschillende leidingmaten vergelijken en bepalen welke tyleenslang het beste past bij jouw installatie.
Bekijk ook:
Welke diameter tyleenslang heb ik nodig?
Wat betekent SDR bij tyleenslang?
debietcalculator
diametercalculator
drukverliescalculator
keuzehulp voor tyleenkoppelingen
Veelgestelde vragen over debiet
Wat betekent debiet?
Debiet is de hoeveelheid water die binnen een bepaalde tijd door een leiding, kraan of pomp stroomt.
Hoe bereken je debiet?
De eenvoudige formule is: debiet = volume gedeeld door tijd.
Hoe meet je het debiet van een kraan?
Vul een emmer met een bekende inhoud en meet hoeveel seconden dit duurt. Gebruik daarna de formule: liters × 60 ÷ seconden.
Hoeveel is 1 m³ per uur in liter per minuut?
1 m³ per uur is 1.000 liter per uur. Gedeeld door 60 is dat ongeveer 16,67 liter per minuut.
Hoeveel is 30 liter per minuut per uur?
30 liter per minuut is 1.800 liter per uur, oftewel 1,8 m³ per uur.
Wat is het verschil tussen debiet en druk?
Druk geeft de kracht van het water aan. Debiet geeft aan hoeveel water per tijdseenheid stroomt.
Zorgt een grotere leiding voor meer debiet?
Een grotere leiding kan bij dezelfde beschikbare druk doorgaans meer water vervoeren en veroorzaakt minder drukverlies.
Heeft de leidinglengte invloed op het debiet?
Ja. Een langere leiding geeft meer weerstand, waardoor bij dezelfde begindruk minder debiet beschikbaar kan zijn.
Heeft hoogteverschil invloed op het debiet?
Ja. Wanneer water omhoog moet, gaat een deel van de beschikbare druk verloren. Hierdoor kan het debiet afnemen.
Hoeveel debiet heeft een buitenkraan?
Een gewone buitenkraan levert vaak ongeveer 10 tot 30 liter per minuut. De werkelijke waarde hangt af van de waterdruk, leidingdiameter en installatie.
Hoeveel debiet heb ik nodig voor beregening?
Tel het verbruik op van alle sproeiers die gelijktijdig werken. Houd daarnaast voldoende druk over voor een goede werking.
Hoeveel debiet levert een pomp?
Dit hangt af van de opvoerhoogte en leidingweerstand. Gebruik altijd de pompcurve om het debiet bij de gewenste druk te bepalen.
Welke tyleenslang heb ik nodig voor 30 liter per minuut?
Bij een korte leiding kan 25 millimeter soms voldoende zijn. Bij een langere leiding is 32 millimeter vaak een betere keuze vanwege het lagere drukverlies.
Wat is een goede stroomsnelheid?
Voor veel waterinstallaties wordt een stroomsnelheid van ongeveer 0,5 tot 1,5 meter per seconde als gunstig beschouwd. Afhankelijk van de toepassing kan maximaal ongeveer 2 meter per seconde worden aangehouden.
Kan ik debiet berekenen zonder druk te weten?
Je kunt het bestaande debiet meten zonder de druk te kennen. Voor het voorspellen van het debiet in een nieuwe leiding heb je de beschikbare druk en gewenste restdruk wel nodig.