De RainBird ondergrondse druppelslang zelf heeft om de 33 cm een water afgifte opening. Een onderlinge afstand tussen de slangen van rond de 30 cm is dan in de meeste gevallen ook goed. Voor een optimale waterverdeling is het handig om de druppelaars te fixeren precies in het midden van die van de vorige slang. Zo kan ook wat overlap ontstaan, wat goed is.
Wat je nodig hebt voor een werkend druppelslang irrigatie system kan per situatie verschillen. Hieronder is uitgegaan van water aanvoer dmv het kraanwater leidingnet.
Klein oppervlak (tot 100 meter druppelslang)
Voor een korte afstand heb je naast de druppelslang voldoende aan de volgende koppelingen: een startkoppeling, eindkoppling en eventueel nog wat T-stukken en bochten. Als de tuin van water moet worden voorzien koppel je de tuinslang aan en zet je de waterkraan open.
Als de waterdruk rond de 2 bar ligt kan je voor een goede waterverdeling beter 3 stukken van 33 meter aanleggen dan 1 lang stuk van 100 meter.
Groot oppervlak (meer dan 100 meter druppelslang)
Bij een groter oppervlak is het raadzaam om een aparte aanvoerleiding in te graven met aftakkingen naar de druppelslang. Deze aanvoerleiding kan een tyleenslang 25 mm zijn. De RainBird ondergrondse druppelslang kan hierop haaks worden aangesloten met een tyleenslang t-stuk 25mm met 3/4 binnendraad en een druppelslang puntstuk buitendraad 3/4. Die passen in elkaar. Aan het eind van elke zone plaats je een afdicht stop.
De tyleenslang kan rechtsteeks (ondergronds) naar een koperen leiding worden geleid, met ergens een kraan ertussen. De tyleenslang kan ook op een tuinslang worden aangsloten met een tyleen puntstuk buitendraad en een kraanstuk met binnendraad.
Met vriendelijke groet,
Team WitWay